Moe Check-up

Wat betekend de Uitslag van de Moe Check-up

Moeite met uit bed komen? Kun je de dag pas aan na een sterke bak koffie of houd je overdag maar niet op met geeuwen? Deze test is ook aan te bevelen bij PDS-klachten.


HEMATOLOGIE 


Hemoglobine 

De normaalwaarden (referentiewaarden) van hemoglobine zijn onder andere afhankelijk van leeftijd en geslacht. 


Een verhoogd hemoglobine kan het gevolg zijn van: 

• uitdroging 

• verhoogde aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg 

• ernstige longziekten 

• langdurig verblijf op grote hoogte (>2000 meter) 


Een verlaagd hemoglobine kan het gevolg zijn van: 

• ijzergebrek of gebrek aan de vitaminen foliumzuur en vitamine-B12 

• erfelijke hemoglobine afwijkingen zoals bij sikkelcel-anemie of thallassemie 

• erfelijke aandoeningen van rode bloedcellen 

• lever afbraak (levercirrose)

• overmatig bloedverlies 

• verhoogde afbraak van rode bloedcellen 

• nierziekten 

• chronische ontstekingsziekten 

• slecht functionerend beenmerg (aplastische anemie)


Hematocriet 

Verlaagd: Verlaagd hematocriet duidt op bloedarmoede, bijvoorbeeld veroorzaakt door ijzergebrek. Andere oorzaken van een verlaagd hematocriet kunnen zijn vitaminegebrek, een bloeding, leverziekten of kanker. Verder onderzoek is nodig om de oorzaak van de bloedarmoede op te sporen. 

Verhoogd: Verhoogd hematocriet wordt meestal veroorzaakt door uitdroging. Inname van voldoende vocht lost dit probleem meestal op. Een andere oorzaak van een hoog hematocriet kan de ziekte polycytemia vera zijn. Hierbij worden in het beenmerg te veel rode bloedcellen aangemaakt. Ook komt verhoogd hematocriet voor als de longen niet goed functioneren waardoor het lichaam te weinig zuurstof krijgt. Om dit zuurstofgebrek te compenseren maakt het beenmerg meer rode bloedcellen aan en dat leidt tot verhoogd hematocriet. 


RBC(erytrocyten) Rode bloedcellen 

Verlaagd bij een bloedarmoede. 

Verhoogd bij een toegenomen aanmaak en bij vloeistof verlies door diarree, uitdroging of brandwonden.


MCV 

Verhoogd: Een te hoge MCV waarde kan duiden op bloedarmoede ten gevolge van tekort aan vitamine B12 en/of foliumzuur. 

Verlaagd: Een te lage MCV waarde kan duiden op bloedarmoede ten gevolge van ijzergebrek. Ook bij patiënten met thalassemie (afwijking van het hemoglobine eiwit in de rode bloedcellen) is de MCV te laag. 


MCHC Mean Corpuscular Hemoglobin Concentration 

Kan verlaagd zijn als het MCV verlaagd is. Een verhoging hangt af van de hoeveelheid hemoglobine dat in een rode bloedcel past


 WBC(leukocyten) Witte bloedcellen 

Verhoogd bij infecties, ontstekingen en kanker. 

Verlaagd bij medicijngebruik(bijvoorbeeld methotrexaat), bij sommige auto-immuunziekten, bij sommige ernstige infecties en bij het niet goed werken van het beenmerg.


Trombocyten

Verhoogd: Infecties en ontstekingen, ijzergebrek en miltverwijdering kunnen het aantal trombocyten tijdelijk verhogen. Soms komt een hoog trombocyten aantal voor zonder aanwijsbare reden en zonder gevolgen. Ook kan in geval van bepaalde beenmergziekten (zogeheten myeloproliferatieve ziekten) het aantal trombocyten verhoogd zijn. Bij deze beenmergziekten kan zowel een bloedingsneiging voorkomen als het makkelijker vormen van een stolsel (trombose).

Verlaagd: Een laag trombocyten aantal kan worden veroorzaakt door een verminderde aanmaak van trombocyten in het beenmerg of door een versnelde afbraak in het bloed. In beide gevallen kan het aantal trombocyten zo laag worden dat er spontaan bloedingen optreden.


Glucose (diabetes)

Het bloed glucose is de hoeveelheid suiker die op het moment van testen in het bloed is terug te vinden. Het wordt gebruikt om hyperglycemie en hypoglycemie (door mensen met suikerziekte vaak een hypo genoemd) aan te tonen. Hiermee wordt de ziekte diabetes aangetoond. Bloed glucose waarden kunnen op elk tijdstip worden gemeten. Soms is men geïnteresseerd in de bloed glucose waarden na een maaltijd of juist tijdens het vasten.

Mocht uw Glucose te hoog zijn, dan adviseren wij HbA1C te meten, dit is een test die naar de gemiddelde waarde van de afgelopen maanden kijkt, in plaats van het tijdstip waarop het bloed geprikt wordt.


Gamma GT (leverfunctie) 

Bij gezonde mensen vallen de waarden van de leverfuncties binnen normale grenzen. Deze normale grenzen worden de referentiewaarden genoemd. Abnormale leverfuncties kunnen een eerste aanwijzing zijn in de richting van een leverziekte. In het beginstadium van een leverziekte zijn er meestal nog geen lichamelijke klachten, terwijl de leverfuncties al wel veranderd zijn. Dit heeft te maken met de grote reservecapaciteit van de lever. Lichamelijke klachten treden hierdoor pas op wanneer de lever al behoorlijk beschadigd is. De mate van de verhoging en de verhouding tussen de verschillende leverfuncties geven een aanwijzing in de richting van de soort leveraandoening. Om een definitieve diagnose te stellen is aanvullend onderzoek vaak noodzakelijk

Veranderde leverfuncties wijzen niet altijd op een leveraandoening. Het kan ook veroorzaakt worden door alcoholgebruik, medicijngebruik, ondervoeding, ernstig overgewicht en erg vet eten. In eerste instantie onderneemt een arts bij licht verhoogde waardes daarom vaak nog niets. De arts zal u adviezen geven over gezonde voeding, (over)gewicht, alcohol- en medicijngebruik. Mogelijk kunt u overstappen naar andere medicijnen, die minder schadelijk zijn voor de lever. In veel gevallen worden de leverfuncties vanzelf weer normaal als u zich houdt aan de adviezen van de arts. Het is verstandig om binnen enkele maanden opnieuw bloedonderzoek te doen.

Een licht verhoogde gamma-GT waarde heeft meestal te maken met gebruik van alcohol en/of medicijnen, leververvetting en extreem overgewicht. Een sterk verhoogde gamma-GT waarde wijst op alcoholmisbruik of een belemmerde afvoer van galvloeistof. Dit kan veroorzaakt worden door galstenen, een vernauwing of afwijking aan de galwegen. Bij de meeste mensen die gezond zijn en geen leverafwijking hebben, ligt de GGT-waarde in het gebied van de normale waarden.

Licht verhoogd: Kleine alcoholconsumpties kunnen een kortdurende (24 uur) verhoging van de GGT veroorzaken. Roken geeft ook een stijging van de GGT. Bij vrouwen neemt de GGT met de leeftijd toe, niet bij mannen. De GGT is bij mannen hoger dan bij vrouwen. Ook het ras is van invloed; bij negroïden is de GGT ongeveer 2 maal hoger dan bij Kaukasiër.

Sterk verhoogd: Deze uitslagen geven aan dat er iets aan de hand is met de lever, maar uit de GGT is niet af te leiden wat er mis is. Hoge waarden kunnen ook passen bij hartproblemen, alcoholproblemen, medicijngebruik (allerlei soorten). Na stoppen met alcohol kan de GGT nog wel een maand, of langer, verhoogd zijn.


CRP

CRP is een test waarmee zeer laaggradige ontstekingsreacties aangetoond kunnen worden. Voordat CRP toegepast werd, werd er gebruikgemaakt van de bezinking (erytrocytbezinkingssnelheid ofwel BSE), voor het aantonen van een ontsteking. Bij het begin van een ziekteproces kan het echter enkele dagen duren voordat er een stijging van de BSE optreedt. Daarmee verandert de bezinking veel trager dan het CRP, dat in zes tot acht uur na begin van de ontsteking verhoogd is. Ook daalt de BSE na het uitdoven van een ziekteproces veel trager dan het CRP. Verder is de bezinking ook afhankelijk van onder andere geslacht, leeftijd, zwangerschap, geneesmiddelengebruik, hematocriet en morfologie van de rode bloedcellen. Door al deze factoren is de bezinking in de acute fase van de ontsteking van minder diagnostische waarde geworden.

De CRP-test wordt gebruikt om vast te stellen of er mogelijk ontstekingen, bijvoorbeeld in de buik, zijn, meer inzicht te krijgen in ontstekingsziekten, bijvoorbeeld bij sommige vormen van reuma of auto-immuunziekten. De CRP-test is niet specifiek genoeg om een oorzaak van een ontsteking aan te tonen. Integendeel, CRP is een algemene signaalstof voor ontstekingen die de arts waarschuwt als aanvullend onderzoek naar oorzaak en behandeling nodig is.

Verhoogd: Een verhoogde hoeveelheid CRP in het bloed of een stijgende hoeveelheid CRP in het bloed na een aantal opeenvolgende metingen kan wijzen op een acute ontsteking.

Verlaagd: Als het CRP-gehalte in het bloed daalt in een serie opeenvolgende metingen, wijst dat erop dat het beter gaat met de patiënt en dat de ernst van de ontsteking afneemt.


TSH Schildklier

Verhoogd: Een verhoogde TSH betekent meestal dat de schildklier te weinig schildklierhormoon maakt (‘trage schildklier' oftewel hypothyreoïdie). De hypofyse krijgt meestal wel het signaal om meer TSH te maken, en dat gebeurt, maar vervolgens is de schildklier niet goed in staat om te reageren op TSH en extra schildklierhormonen aan te maken. In zeldzame gevallen komt het voor dat de hypofyse niet goed functioneert en daardoor te veel TSH maakt. Bij een patiënt die behandeld wordt met synthetisch schildklierhormoon betekent een hoge TSH dat de patiënt te weinig schildklier hormoon krijgt.

Verlaagd: Een lage TSH betekent meestal een overactieve schildklier (oftewel hyperthyreoïdie) of een patiënt die te veel schildklierhormoon toegediend krijgt. Zeldzaam is een afwijking van de hypofyse waarbij er te weinig TSH gemaakt wordt. Wanneer het TSH te hoog of te laag is, betekent dit dat de afgifte van schildklierhormoon niet goed is. Om daar de precieze oorzaak van te achterhalen, is verder onderzoek nodig. Een onderdeel van dit onderzoek bestaat uit het meten van de schildklierhormoon (meestal betreft dit alleen het vrije T4).


25-OH-Vitamine D

Momenteel vindt een harmonisatie plaats van de streefwaarde voor vitamine D in Nederland, namelijk een 25(OH)D concentratie van 50-150 nmol/l, met een optimum van 75-80 nmol/l.

Verhoogd: Een hoog vitamine D in de niet-werkzame vorm (25-hydroxy vitamine D) betekent meestal dat iemand te veel vitamine D binnen krijgt, bijvoorbeeld via vitaminepillen of andere supplementen. Een hoog vitamine D in de werkzame vorm (1,25-dihydroxy vitamine D) kan komen door te hoge productie van bijschildklierhormonen of bij ziekten zoals sarcoïdose of sommige lymfomen.

Een hoog vitamine D (concentraties boven 500 nmol/l) in combinatie met verhoogd calcium kan zorgen voor verkalking en schade aan organen zoals de nieren. Het lichaam probeert de hoeveelheid calcium te verlagen door calciumfosfaat af te zetten in de organen. De organen verkalken hierdoor en raken beschadigd.

Verlaagd: Een laag vitamine D in de niet-werkzame vorm (25-hydroxy vitamine D) duidt op een vitamine D-tekort. Dit kan worden veroorzaakt door te weinig zonlicht, onvoldoende opname via de voeding of slechte opname vanuit de darmen. Een laag vitamine D in de werkzame vorm (1,25-dihydroxy vitamine D) kan ontstaan bij nierziekten. Het gebruik van sommige medicijnen tegen epilepsie kan leiden tot een minder goed functionerende lever waardoor deze minder vitamine D aanmaakt. Een te lage magnesiumwaarde kan leiden tot een verlaagde calciumwaarde. Het lichaam kan dit niet herstellen met behulp van vitamine D en bijschildklierhormoon (PTH). Na toediening van magnesium en calcium wordt de regulatie weer hersteld.

Vitamine D wordt aangemaakt in de huid, echter het zonlicht moet een bepaalde intensiteit hebben. Indien de schaduw van het lichaam langer is dan de werkelijke lichaamslengte is het lichaam niet meer in staat om zelf vitamine D aan te maken. Daarnaast kan vitamine D uit voedsel gehaald worden (vette vis, shiitake paddenstoelen, eierdooier, als additieven in margarine en braadvetten) of uit vitamine D pillen. De variant uit planten is de D2 variant maar wordt in het lichaam evengoed omgezet naar de werkzame metaboliet als de D3 vanuit dieren. Als indicatie van de relatie vitamine D inname (cholecalciferol) en de gemeten concentratie kan circa 1 microgram/dag voor elke nmol/l stijging aangehouden worden. Om van 50 naar 80 nmol/l 25(OH)D te gaan, is ongeveer 30 microgram cholecalciferol per dag nodig gedurende minimaal twee maanden.

• Beneden een 25(OH)D serumconcentratie van 20 nmol/l is de kans op rachitis en osteomalacie sterk vergroot (meerdere publicaties).

• Spierpijn en klachten treden op bij concentraties

• De botdichtheid daalt beduidend bij waarden

• Door te streven naar een minimaal niveau van 75-80 nmol/l is winst te halen door risicoreductie voor meerdere soorten kanker en voor auto-immuunziekten (Dawson-Hughes, Biscchoff-Ferrari e.a.).

• Men moet naar nog hogere waardes (> 100 nmol/l) voor speciale resultaten zoals het verlagen van de incidentie van aanvallen bij MS.

• Tot een concentratie van circa 220 nmol/l bestaat geen gevaar voor een te hoog calcium.


Urinestatus 

Een urineanalyse bestaat uit een aantal tests waarbij de urine wordt onderzocht op onder meer de aanwezigheid van cellen, bacteriën, eiwit en glucose. De nieren spelen een cruciale rol bij de samenstelling van urine. Ze filteren afvalproducten uit het bloed en zorgen ervoor dat eiwitten, zouten en andere bruikbare stoffen voor het lichaam behouden blijven. Afvalproducten en onbruikbare stoffen komen vanuit de nieren in de blaas terecht en verlaten via de urinebuis het lichaam. Veel aandoeningen kunnen in een vroeg stadium worden aangetoond door urineonderzoek, omdat ze zich verraden door stoffen in de urine die er niet in thuis horen. Bijvoorbeeld glucose, eiwit, bilirubine, rode bloedcellen, witte bloedcellen, kristallen en bacteriën.

 Als uw uitslag negatief is, “resultaat neg” betekent dat deze stoffen niet in uw urine aangetroffen zijn en de uitslag dus goed is. Deze stoffen kunnen in de urine terechtkomen omdat de nieren niet goed functioneren, maar ook omdat ze in het bloed (verhoogd) aanwezig zijn. Aantonen van bacteriën in urine duidt op een infectie. De analyse van urine wordt ook gebruikt om nierziekten, urinewegproblemen of stofwisselingsziekten op te sporen en/of vast te stellen. Vaak worden afwijkingen in de urine gevonden (bijvoorbeeld de aanwezigheid van eiwit of glucose) voordat dat de patiënt klachten heeft. Als in de urine stoffen worden aangetoond die ongewoon zijn, biedt de soort stof die is aangetoond en hoeveelheid ervan een aanwijzing voor de achterliggende aandoening en de ernst ervan. Bacteriën wijzen bijvoorbeeld op een infectie. Een afwijkende urineanalyse is meestal aanleiding voor aanvullend onderzoek om de aard en ernst van de onderliggende ziekte vast te stellen. Meestal wordt eerst het advies gegeven om gedurende een aantal weken goed te drinken en dan nogmaals een test te doen. De testuitslagen van de urinestatus worden in ons laboratorium doormiddel van een eenvoudige kleurreactie colorimetrisch bepaald. Deze bepalingen zijn semi kwantitatief en geven slechts een indicatie van het onderzochte. De aanwezigheid van ondermeer bloedcellen (erythrocyten, leukocyten), kristallen en geneesmiddelen beïnvloeden deze testen en kunnen vals positieve en vals negatieve uitslagen opleveren. 


Soortelijk gewicht - Normale urine heeft een soortelijk gewicht (sg) van ongeveer 1010. Is het sg erg laag dan is de urine sterk verdund (zuiver water heeft 1000), is het sterk verhoogd dan is de urine sterk geconcentreerd en er kans is op uitdroging.

Uitslag is goed als hij tussen de 1.000 en de 1.030 ligt,

pH Zuurgraad - De zuurgraad van de urine moet niet lager zijn dan 4,5, een lagere pH duidt op teveel afvalstoffen Voor een goede beoordeling moet bij iedere toiletgang de urine pH gemeten worden, er kan dan een goed overzicht worden gemaakt van de pH waarde in de loop van de dag en liefst gedurende een week. De invloed van voeding en activiteiten op de zuurgraad kan dan beter worden beoordeeld. Wanneer hieruit blijkt dat de pH te laag blijft is het raadzaam om te onderzoeken wat de oorzaak is. Uitslag is goed als hij tussen de 5 en de 7 ligt

Leucocyten - Leukocyten zijn witte bloedcellen, deze horen normaal gesproken niet in urine gevonden te worden. Als er wel witte bloedcellen in de urine zitten, kan dat duiden op een blaasontsteking of urineweginfectie.

Bilirubine - In normale gezonde urine dient er nooit bilirubine aanwezig te zijn. bilirubine (galpigment) is vooral afkomstig van de afbraak van rode bloedcellen

Uitslag is goed indien negatief, zo niet dient verder onderzoek plaats te vinden.

Urobilinogeen - Urobilinogeen is afkomstig uit de darm waar het ontstaat uit de omzetting van bilirubine door de darmflora. Het komt terug in de bloedbaan en wordt er door de nieren weer uit gefilterd. Er bestaan veel factoren die de concentratie kunnen beïnvloeden zoals: tijd, nierfunctie, pH urine, etc, Uitslag is goed indien kleiner dan 1.0

Eiwit screening – er is altijd een heel kleine hoeveelheid eiwit in de urine aanwezig. Verhoogde hoeveelheid eiwit in de urine kan wijzen op de nierontsteking, maar ook op de nierbeschadiging door een hoge bloeddruk, diabetes of door een chronische infectie. eiwit negatief mg/dl

Uitslag is goed indien negatief

Ketonen - Aceton - Ketonen zijn een brandstof voor de hersenen. In normale omstandigheden wordt glucose gebruikt als brandstof voor de hersenen, maar indien er onvoldoende glucose beschikbaar is, dan worden ketonen gebruikt als energiebron. Mogelijke oorzaken voor te veel ketonen in urine zijn; nieuw ontstane of een ontregelde suikerziekte, na langdurig vasten, slecht werkzame bijnier, of zeldzame erfelijke stofwisselingsziekten. De bepaling van ketonen in urine kan worden aangevraagd om de oorzaak van een zuur-basestoornis uit te zoeken. In de urine komen verschillende ketonen voor zoals aceton en acetoacetaat. Het zijn afbraakproducten uit de vetstofwisseling. Uitslag is goed indien negatief 

Nitriet - Nitriet is een stof die ontstaat bij het omzetten van nitraat. In de urine hoort normaal gesproken weinig nitriet voor te komen. Als het wel in de urine wordt gevonden kan dit een signaal zijn dat er bacteriën in de urine zitten die deze omzetting mogelijk maken. Nitriet in de urine kan dus een signaal zijn dat er sprake is van een blaasontsteking. Uitslag is goed indien negatief 

Glucose screening – normaliter hoort er geen suiker (glucose) in de urine te zitten. Alleen bij hoge glucosewaardes in het bloed (passend bij een diabetes mellitus) of bij beschadiging van de nier vindt men suiker in de urine. Uitslag is goed als deze onder de 14 ligt of negatief is.

 Erytrocyten/vrij hemoglobine – rode bloedcellen in de urine, deze worden aangetroffen bij onder andere een nierontsteking of een bloeding in de urinewegen. Uitslag is goed indien negatief


Urinesediment (flowcytometrisch)

Bij een urinesediment wordt er gekeken naar niet oplosbare stoffen in de urine. Stoffen die in de urine terug te vinden zijn worden vaak via de nieren uitgescheiden uit het bloed. Echter er kunnen bijvoorbeeld ook bacteriën in de blaas terechtkomen, dan worden er bacteriën of stofwisselingsproducten van de bacteriën aangetoond in de urine. Bacteriën kunnen ook door de verzending bij warm weer ontstaan, of door een niet goed schoongemaakt urinepotje.

• erythrocyten zijn goed als uitslag kleiner dan 50.0 is

• leukocyten zijn goed als uitslag kleiner dan 20.0 is

• plaveiselepitheelcellen zijn goed als uitslag kleiner dan 150.0 is

• ronde epitheelcellen zijn goed als uitslag kleiner dan 3.0 is

• granula cylinders zijn goed als uitslag kleiner dan 0.5is

• hyaline cylinders zijn goed als uitslag kleiner dan 1.7 is

• bacteriën zijn goed als uitslag kleiner dan 100 is

• gisten zijn goed als uitslag kleiner dan 0.0 is

• kristallen zijn goed als uitslag negatief is


Vitamine B12

Verlaagd: Er is volgens de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) sprake van een tekort aan vitamine B12 indien de waarden lager zijn dan 150 pmol/l oftewel lager dan 200 ng/l. Bij laagnormale waarden voor vitamine B12 wordt soms aanvullend homocysteïne of methylmalonzuur in het bloed bepaald om op celniveau een tekort vast te stellen.

Mogelijke oorzaken een vitamine B12-tekort zijn:

verminderde opname uit voedsel, doordat het dieet te weinig producten bevat met vitamine B12 of foliumzuur, of doordat het lichaam vitamine B12 en foliumzuur niet goed opneemt vanuit de darmen

tekort aan "intrinsic factor" in de maagwand waardoor vitamine B12 niet kan worden opgenomen vanuit het voedsel. Komt wel voor bij maagklachten.

een toegenomen uitscheiding via de nieren van vitamine B12 of foliumzuur bijvoorbeeld als gevolg van overmatig alcoholgebruik of het slikken van bepaalde medicijnen

een toegenomen behoefte van vitamine B12 of foliumzuur, zoals tijdens de zwangerschap.

Verhoogd: Verhoogde waarden van vitamine B12 wijzen meestal op inname van supplementen zoals vitaminepillen. Ook komen verhoogde waarden voor bij bepaalde leukemieën (bloedkanker). Er zijn geen nadelige effecten bekend van een hoge inname van vitamine B12. Daarom is er geen bovengrens aan te geven. Het Vitamine Informatie Bureau hanteert een richtlijn van maximaal vijf keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) per dag. Deze richtlijn is gebaseerd op de maximaal veilige bovengrenzen die opgesteld zijn in Nederland, de Europese Unie en de Verenigde Staten.


Cortisol

De cortisolwaarden in bloed variëren met het tijdstip van de dag.

Voor het interpreteren van uw uitslag dient u dus het tijdstip van uw bloedafname in acht te nemen voor het lezen van de uitslag.

Bij bloedafname tussen 6 - 10 uur moet de waarde als het goed is tussen de 171 - 497 nmol/l liggen

Bij bloedafname tussen 16 - 20 uur moet de waarde als het goed is tussen de : 75 - 287 nmol/l liggen.

In de zwangerschap, bij orale conceptiva en bij oestrogeentherapie is de Cortisolconcentratie in serum verhoogd.


TijdstipNormaalVerhoogd
🌅's Ochtendsvroeg in de ochtend
138 – 635 nmol/L> 800 nmol/L
☀️'s Middagsmidden op de dag
83 – 442 nmol/L> 500 nmol/L
🌙's Avondslaat op de dag
83 – 276 nmol/L> 300 nmol/L


Tijdstip van de dag Normaal Verhoogd 's ochtends 138 - 635 nmol/L hoger dan 800 nmol/L 's middags 83 - 442 nmol/L meer dan 500 nmol/L 's avonds 83 - 276 nmol/L meer dan 300 nmol/L

Het cortisolgehalte in bloed is 's ochtends vroeg direct na het ontwaken het hoogst en 's avonds laag. Bij mensen die werken in onregelmatige diensten en ook ‘s nachts is het cortisolpatroon vaak ontregeld.

Ons lab hanteert dat uitslag dat als je tussen 6 en 10 uur ‘s morgens je bloed hebt laten afnemen deze tussen de 171 en 497 nmol/l moet liggen Tussen 16.00 uur en 20.00 uur moet de uitslag tussen de 75 en 287 nmol/l liggen.



Magnesium 

De test meet de hoeveelheid magnesium (Mg) in het bloed. Normaal gesproken is slechts een klein gedeelte (ongeveer 1%) van alle magnesium in het lichaam aanwezig in het bloed. Magnesium is een mineraal dat aanwezig is in iedere cel van het lichaam. Het is onmisbaar voor de energieproductie, de werking van spieren en zenuwen en voor het behoud van de stevigheid van botten. Ongeveer de helft van de magnesiumvoorraad in het lichaam bevindt zich (in combinatie met calcium en fosfaat) in het bot. Voeding is de bron van magnesium. Het is aanwezig in vele voedingsstoffen, met name in groene bladgroenten zoals spinazie. De hoeveelheid magnesium in bloed, cellen en bot wordt door het lichaam constant gehouden. De regulatie gebeurt door aanpassing van opname (via de darmen) en uitscheiding (met de urine, via de nieren).


Verlaagd: Een lage concentratie magnesium (hypomagnesiëmie) kan het gevolg zijn van:

• onvoldoende inname van magnesium via de voeding, vooral bij ouderen, mensen met ondervoeding en bij alcoholmisbruik

• onvoldoende opname van magnesium via de darmen bijvoorbeeld als gevolg van de ziekte van Crohn (ontstekingen in de wand van de dunne darm)

• onvoldoende opname van magnesium via de darmen t.g.v. het gebruik van maagzuurremmers (kleine categorie patiënten)

• te hoge uitscheiding van magnesium via de nieren te hoge of te lage hoeveelheden glucose (suiker) in het bloed (ongecontroleerde diabetes)

• verminderde activiteit van de bijschildklier (hypoparathyreoïdie)

• langdurig gebruik van plaspillen (diuretica)

• langdurige diarree

• na een chirurgische ingreep

• bij ernstige brandwonden

• bij zwangerschapsvergiftiging


Verhoogd: Een verhoogde concentratie magnesium is zelden aan de voeding te wijten. Meestal is een verhoogd magnesium het resultaat van problemen bij uitscheiding of van kunstmatige toediening. Een verhoogd magnesium kan worden gevonden bij:

• nierfalen

• overactieve bijschildklier (hyperparathyreoïdie)

• slecht werkende schildklier

• uitdroging

• verzuring (te lage pH) van het bloed bij diabetes (diabetische acidose)

• ziekte van Addison

• gebruik van magnesium bevattende laxeermiddelen




Place comment