Lymfocytensubtypering

Wat betekent de uitslag van Lymfocytensubtypering?

De test wordt uitgevoerd om ziekten te onderzoeken waarbij het afweersysteem betrokken is.
Dat kunnen bijvoorbeeld infecties of ontstekingen zijn.
Ook wordt de test uitgevoerd om bepaalde soorten bloed- of lymfeklierkanker op te sporen.

Een lymfocyt is een type witte bloedcel dat in het rode beenmerg wordt gevormd uit een lymfoïde voorlopercel en rijpt in de lymfoïde organen. Met een lichtmicroscoop zijn grote en kleine lymfocyten te onderscheiden. Lymfocyten spelen een belangrijke rol in het verworven immuunsysteem. Het falen van dit systeem kan consequenties tot gevolg hebben (bijvoorbeeld hiv en leukemie).

Lymfocyten zijn één van de vijf verschillende soorten witte bloedcellen (leukocyten). Lymfocyten worden gevormd in het beenmerg. Na rijping tot actieve cellen bevinden ze zich in het bloed, met name in het lymfestelsel. Ze vormen een belangrijke component van het immuunsysteem. Van de lymfocyten bestaan ook weer verschillende soorten cellen met elk een andere functie. We onderscheiden: B-lymfocyten (B-cellen), T-lymfocyten (T-cellen) en Natural Killer Cellen (NK-cellen).

B-lymfocyten zorgen voor de zgn. humorale afweerreactie van het lichaam. Ze worden steeds vers aangemaakt in het beenmerg. Na rijping tot plasmacellen produceren ze antistoffen tegen lichaamsvreemde stoffen, zoals bacteriën, virussen en allergenen.

B-lymfocyten zijn voornamelijk verantwoordelijk voor de humorale immuunrespons. Hun functie is het herkennen van niet-lichaamseigen antigenen. Antistoffen zijn eiwitten die worden geproduceerd door B-lymfocyten, die behoren tot de witte bloedcellen. De B-lymfocyten en de antistoffen samen worden de humorale afweer genoemd

T-lymfocyten zorgen voor de zgn. cellulaire afweerreactie. Ze spelen o.a. een belangrijke rol bij de afweerfunctie van de B-cellen en de reactie van antistof met antigeen lichaamsvreemde stof.

T- en B-lymfocyten vormen een belangrijk onderdeel van het immuunsysteem. T-lymfocyten zijn betrokken bij de cellulaire immuunrespons

Immuumresponse gericht tegen intracellulaire micro-organismen (virussen, bacteriën). Voor de cellulaire immuniteit zijn de T-cellen verantwoordelijk.
Er zijn twee soorten:

  • T-helpercellen (CD4-positief)
  • cytotoxische T-cellen (CD8-positief)

Killer-cellen: lymfocyten en macrofagen die cellen herkennen waaraan zich bepaalde antistoffen hebben gebonden. Na herkenning maken ze de cellen door afscheiding van cytokinen onschadelijk.

NK-cellen spelen een rol bij celdoding en uitscheiding van cytokinen die worden gebruikt tegen pathogenen. Ze worden tot het niet-specifieke immuunsysteem gerekend.

IMMUUNHEMATOLOGIE

lymfocyten-subpopulaties

  • B-lymfocyten (CD19+)
  • B-lymfocyten aandeel
  • T-lymfocyten (CD3+)
  • T-lymfocyten (aandeel)
  • T-helper cellen (CD4+)
  • CD4+ cellen (aandeel)
  • T-suppressor cellen (CD8+)
  • CD8+ cellen (aandeel)
  • cytotox. cellen (CD56+/CD3+)
  • cytotoxische cellen (aandeel)
  • NK-cellen (CD3-/CD16+56+)
  • NK-cellen (aandeel)
  • Killer-cellen, totaal (aandeel)
  • geactiv.T-cellen (CD3+/HLA DR)
  • geact.T-cellen(CD3+/HLA DR aandeel)
  • CD4+/CD8+ quotient

Omdat er vele typen lymfocyten zijn die ook nog eens in verschillende ontwikkelingsstadia kunnen voorkomen in bloed, is het onmogelijk om harde normaalwaarden (referentiewaarden) te hanteren.

Dit bloedbeeld dient in zijn geheel bekeken te worden. Wanneer er normale celtypen voorkomen in normale aantallen dan is er over het algemeen geen sprake van een ziekte. Wanneer er afwijkingen worden gevonden dan kan dat een aanwijzing zijn voor een niet goed functionerend afweersysteem en ziekten die daarmee samenhangen.

Beschikbare consulten:
-Telefonisch consult HelloDoc

Place comment