InsideTracker Ultimate

Wat betekend de uitslag van de Insidetracker Ultimate?

Meest Uitgebreide bloedonderzoek voor MANNEN voor optimaal advies in het InsideTracker dashboard. Voor VROUWEN kunnen onderstaande hormonen extra toegevoegd worden voor een nog beter inzicht.


Natrium (vochtbalans)

Een te laag natrium in het bloed wordt ook wel een hyponatriëmie genoemd. Tussen de 120 en 135 mmol/l spreekt men van een milde hyponatriëmie, onder de 120 mmol/l van een ernstige. De symptomen van een laag natrium zijn oa:

• hoofdpijn

• misselijkheid

• braken

• verwardheid

• bewustzijnsdaling

• insulten

• ademstilstand

• hartstilstand


Calcium

Als de hoeveelheid calcium normaal is en ook de andere labtesten niet afwijkend zijn, is de calciumhuishouding in orde. De referentiewaarden in bloed voor totaal calcium liggen tussen de 2,10-2,55 mmol/l.

Verhoogd: Als er te veel calcium in het bloed is, kan dat komen door een verhoogde productie van het bijschildklierhormoon PTH (mogelijk als gevolg van een veelal goedaardige tumor in de bijschildklier). Hierdoor wordt er in de darmen teveel calcium opgenomen en uit te botten teveel calcium vrijgemaakt. Ook als gevolg van uitzaaiing van kanker naar de botten kan het calciumgehalte in het bloed toenemen.

Andere oorzaken voor een verhoogd calcium in bloed zijn:

• snel werkende schildklier

• sarcoïdose

• tuberculose

• langdurige immobiliteit

• niertransplantaat

• te veel inname van vitamine D tabletten

• te veel inname van plastabletten

Verlaagd: Een lage hoeveelheid calcium in bloed wordt meestal veroorzaakt door verminderd eiwit in het bloed. Het totale calciumgehalte is dan verlaagd, maar het geïoniseerde calcium is normaal. De calciumhuishouding is dan dus ook niet verstoord. Andere oorzaken voor een verlaagd calciumgehalte in bloed zijn:

• verminderde productie van het bijschildklierhormoon PTH

• langzaamwerkende schildklier

• ongevoeligheid voor de werking van PTH (erfelijk bepaald)

• extreem tekort van calcium door ondervoeding

• tekort aan magnesium

• te veel fosfaat

• plotselinge ontsteking van de alvleeskleer (pancreatitis)

• nierfalen

• alcoholisme

• tetanusinfectie (straatvuil)


Magnesium 

De test meet de hoeveelheid magnesium (Mg) in het bloed. Normaal gesproken is slechts een klein gedeelte (ongeveer 1%) van alle magnesium in het lichaam aanwezig in het bloed. Magnesium is een mineraal dat aanwezig is in iedere cel van het lichaam. Het is onmisbaar voor de energieproductie, de werking van spieren en zenuwen en voor het behoud van de stevigheid van botten. Ongeveer de helft van de magnesiumvoorraad in het lichaam bevindt zich (in combinatie met calcium en fosfaat) in het bot. Voeding is de bron van magnesium. Het is aanwezig in vele voedingsstoffen, met name in groene bladgroenten zoals spinazie. De hoeveelheid magnesium in bloed, cellen en bot wordt door het lichaam constant gehouden. De regulatie gebeurt door aanpassing van opname (via de darmen) en uitscheiding (met de urine, via de nieren).

Verlaagd:  Een lage concentratie magnesium (hypomagnesiëmie) kan het gevolg zijn van:

• onvoldoende inname van magnesium via de voeding, vooral bij ouderen, mensen met ondervoeding en bij alcoholmisbruik

• onvoldoende opname van magnesium via de darmen bijvoorbeeld als gevolg van de ziekte van Crohn (ontstekingen in de wand van de dunne darm)

• onvoldoende opname van magnesium via de darmen t.g.v. het gebruik van maagzuurremmers (kleine categorie patiënten)

• te hoge uitscheiding van magnesium via de nieren te hoge of te lage hoeveelheden glucose (suiker) in het bloed (ongecontroleerde diabetes)

• verminderde activiteit van de bijschildklier (hypoparathyreoïdie)

• langdurig gebruik van plaspillen (diuretica)

• langdurige diarree

• na een chirurgische ingreep

• bij ernstige brandwonden

• bij zwangerschapsvergiftiging

Verhoogd:  Een verhoogde concentratie magnesium is zelden aan de voeding te wijten. Meestal is een verhoogd magnesium het resultaat van problemen bij uitscheiding of van kunstmatige toediening. Een verhoogd magnesium kan worden gevonden bij:

• nierfalen

• overactieve bijschildklier (hyperparathyreoïdie)

• slecht werkende schildklier

• uitdroging

• verzuring (te lage pH) van het bloed bij diabetes (diabetische acidose)

• ziekte van Addison

• gebruik van magnesium bevattende laxeermiddelen


Glucose (diabetes)

Het bloed glucose is de hoeveelheid suiker die op het moment van testen in het bloed is terug te vinden. Het wordt gebruikt om hyperglycemie en hypoglycemie (door mensen met suikerziekte vaak een hypo genoemd) aan te tonen. Hiermee wordt de ziekte diabetes aangetoond. Bloed glucose waarden kunnen op elk tijdstip worden gemeten. Soms is men geïnteresseerd in de bloed glucose waarden na een maaltijd of juist tijdens het vasten.

Mocht uw Glucose te hoog zijn, dan adviseren wij HbA1C te meten, dit is een test die naar de gemiddelde waarde van de afgelopen maanden kijkt, in plaats van het tijdstip waarop het bloed geprikt wordt. Gebruik hiervoor http://www.bloedwaardentest.nl/a-411790/hba1c/

Leverfunctie Referentiewaarden 

Bij gezonde mensen vallen de waarden van de leverfuncties binnen normale grenzen. Deze normale grenzen worden de referentiewaarden genoemd. Abnormale leverfuncties kunnen een eerste aanwijzing zijn in de richting van een leverziekte. In het beginstadium van een leverziekte zijn er meestal nog geen lichamelijke klachten, terwijl de leverfuncties al wel veranderd zijn. Dit heeft te maken met de grote reservecapaciteit van de lever. Lichamelijke klachten treden hierdoor pas op wanneer de lever al behoorlijk beschadigd is.

De mate van de verhoging en de verhouding tussen de verschillende leverfuncties geven een aanwijzing in de richting van de soort leveraandoening. Om een definitieve diagnose te stellen is aanvullend onderzoek vaak noodzakelijk

Afwijkende leverfuncties

 Veranderde leverfuncties wijzen niet altijd op een leveraandoening. Het kan ook veroorzaakt worden door alcoholgebruik, medicijngebruik, ondervoeding, ernstig overgewicht en erg vet eten. In eerste instantie onderneemt een arts bij licht verhoogde waardes daarom vaak nog niets. De arts zal u adviezen geven over gezonde voeding, (over)gewicht, alcohol- en medicijngebruik. Mogelijk kunt u overstappen naar andere medicijnen, die minder schadelijk zijn voor de lever. In veel gevallen worden de leverfuncties vanzelf weer normaal als u zich houdt aan de adviezen van de arts. Het is verstandig om binnen enkele maanden opnieuw bloedonderzoek te doen.


Gamma-GT 

Een licht verhoogde gamma-GT waarde heeft meestal te maken met gebruik van alcohol en/of medicijnen, leververvetting en extreem overgewicht. Een sterk verhoogde gamma-GT waarde wijst op alcoholmisbruik of een belemmerde afvoer van galvloeistof. Dit kan veroorzaakt worden door galstenen, een vernauwing of afwijking aan de galwegen. Bij de meeste mensen die gezond zijn en geen leverafwijking hebben, ligt de GGT-waarde in het gebied van de normale waarden. Licht verhoogd: Kleine alcoholconsumpties kunnen een kortdurende (24 uur) verhoging van de GGT veroorzaken. Roken geeft ook een stijging van de GGT. Bij vrouwen neemt de GGT met de leeftijd toe, niet bij mannen. De GGT is bij mannen hoger dan bij vrouwen. Ook het ras is van invloed; bij negroiden is de GGT ongeveer 2 maal hoger dan bij Kaukasiers. Sterk verhoogd: Deze uitslagen geven aan dat er iets aan de hand is met de lever, maar uit de GGT is niet af te leiden wat er mis is. Hoge waarden kunnen ook passen bij hartproblemen, alcoholproblemen, medicijngebruik (allerlei soorten). Na stoppen met alcohol kan de GGTnog wel een maand, of langer, verhoogd zijn.

http://www.mlds.nl/onderzoeken/33/leverfunctie-onderzoek/


ASAT 

ASAT (=Aspartaat Aminotransferase) is een leverenzym dat betrokken is bij de aanmaak van eiwitten. Een verhoogd ASAT past ondermeer bij leverschade, een leverontsteking (hepatitis) of schade aan de spieren. Indien ASAT meer is verhoogd dan ALAT duidt dit vaak op een toxische (vergiftiging) in plaats van virus (b.v. hepatitis A, B of C) als oorzaak.

Normaal: Bij gezonde mensen (zonder leverproblemen en geen spierschade) is de hoeveelheid ASAT minder dan 35 U/l.

Licht verhoogd: Een lichte verhoging (in de regel een uitslag <50-75 U/l) van ASAT kan duiden op alcoholmisbruik. Maar er zijn ook aandoeningen als tumoren, blokkade van de galwegen en levercirrose die licht verhoogde ASAT waarden veroorzaken. Injecties in de spieren kunnen de ASAT-waarden verhogen, net zoals te uitgebreide spieroefeningen. Gebruik van medicijnen of drugs kunnen ook de aanmaak van ASATbeïnvloeden, zodat hogere waarden worden gevonden. De arts moet voor een juiste interpretatie daarom altijd weten welke omstandigheden voor de patiënt gelden.

Sterk verhoogd: Sterk verhoogde ASAT-waarden (in de regel een uitslag >250 U/l) komen voor bij leverontstekingen (hepatitiden), al dan niet veroorzaakt door een virus. De hoge waarden kunnen maanden aanhouden.

Verlaagd: Bij zwangerschap kan de ASAT-waarde verlaagd zijn.

http://www.labuitslag.nl/bloedtest/asat/


ALAT

Het bloedonderzoek naar alanine aminotransferase (ALAT) wordt gebruikt om leverbeschadiging te detecteren.

Verhoogde ALAT waarde kan duiden op veen leverstoornis zoals met kenmerken als: vermoeidheid, verminderde eetlust, misselijkheid, braken, opgezette buik, geelzucht, donkere urine of een lichte ontlasting. Daarnaast wordt de test aangevraagd bij mensen die mogelijk het hepatitis-virus hebben opgelopen of bij alcoholisten. http://www.labuitslag.nl/bloedtest/alat/


CK

De referentiewaarden voor creatine kinase is bij vrouwen: 10 - 170 U/L en bij mannen: 20 - 200 U/L. Dit betekent dat een waarde die tussen deze grenzen ligt, niet afwijkend is.

Verhoogd: Een verhoogde hoeveelheid CK, of een stijgende (in de tijd oplopende) hoeveelheid CK betekent dat er schade is aan de hartspier of aan andere spieren. Het kan ook betekenen dat de skeletspieren

zwaar belast zijn geweest, zoals na hard trainen, het lopen van een (halve) marathon, de vierdaagse of soortgelijke inspanningen. naar mate men minder getraind is zal de spierschade groter

kunnen zijn en dus leiden tot een hoger CK. CK kan ook verhoogd zijn bij patiënten die statines (cholesterolverlagende medicatie) gebruiken. Meestal gaat dat ook gepaard met spierpijn. In dat geval moet contact worden gezocht met de dokter om de medicatie te herzien. Als laatste moet genoemd worden de verhoging van CK ten gevolge van spierafbraak door een ziekte. Voorbeelden zijn vormen van spierdystrofie, dermatomyositis en polymyositis (algemene spierontstekingen)


Hs-CRP 

hs-CRP; ultra-sensitief, is een test waarmee zeer laaggradige ontstekingsreacties aangetoond kunnen worden. Uit diverse recente studies is duidelijk geworden dat de hs-CRP, met name indien gecombineerd bepaald met het totaal cholesterol en het HDL-cholesterol, een sterke voorspeller is van toekomstige coronaire aandoeningen (Coronaire hartziekten zijn aandoeningen die worden veroorzaakt door afwijkingen in de kransslagaders) bij ogenschijnlijk gezonde personen. Voordat CRP toegepast werd, werd er gebruikgemaakt van de bezinking (erytrocytbezinkingssnelheid ofwel BSE), voor het aantonen van een ontsteking.

Bij het begin van een ziekteproces kan het echter enkele dagen duren voordat er een stijging van de BSE optreedt. Daarmee verandert de bezinking veel trager dan het CRP, dat in zes tot acht uur na begin van de ontsteking verhoogd is. Ook daalt de BSE na het uitdoven van een ziekteproces veel trager dan het CRP. Verder is de bezinking ook afhankelijk van onder andere geslacht, leeftijd, zwangerschap, geneesmiddelengebruik, hematocriet en morfologie van de rode bloedcellen. Door al deze factoren is de bezinking in de acute fase van de ontsteking van minder diagnostische waarde geworden.

Normaal voor hs-CRP: <1 mg/L1

Er is een onderverdeling gemaakt voor de lage waarden van hs-CRP als voorspelling van hartziekten:

• Kleiner dan < 1 mg/l: Geen verhoogd risico op het ontwikkelen van een hart- en/of vaatziekte.

• Tussen 1-3 mg/l: Licht verhoogd risico op het ontwikkelen van een hart- en/of vaatziekte.

• Groter dan > 3,0 mg/l: Hoog risico op het ontwikkelen van een hart- en/of vaatziekte.

• Groter dan > 10 mg/l: Wijst in de richting van een acute infectie bijvoorbeeld door bacteriën

De CRP-test wordt gebruikt om vast te stellen of er mogelijk ontstekingen, bijvoorbeeld in de buik, zijn, meer inzicht te krijgen in ontstekingsziekten, bijvoorbeeld bij sommige vormen van reuma of auto-immuunziekten. De CRP-test is niet specifiek genoeg om een oorzaak van een ontsteking aan te tonen. Integendeel, CRP is een algemene signaalstof voor ontstekingen die de arts waarschuwt als aanvullend onderzoek naar oorzaak en behandeling nodig is.

Bij gezonde mensen zonder ontstekingen is de CRP-waarde in het bloed meestal lager dan 10 mg/l.

Verhoogd: Een verhoogde hoeveelheid CRP in het bloed of een stijgende hoeveelheid CRP in het bloed na een aantal opeenvolgende metingen kan wijzen op een acute ontsteking. Het merendeel van de ontstekingen leidt tot CRP waarden boven 100 mg/l.

Verlaagd: Als het CRP-gehalte in het bloed daalt in een serie opeenvolgende metingen, wijst dat erop dat het beter gaat met de patiënt en dat de ernst van de ontsteking afneemt. Als de waarde daalt tot onder de 10 mg/l is er geen actieve ontsteking meer aanwezig.


Cholesterol

De gewenste hoeveelheid cholesterol is 5,0 mmol/l of lager. Hierbij is het risico op hart- en vaatziekten niet verhoogd.

Licht verhoogd

Bij een cholesterol tussen 5 mmol/l en 6,5 mmol/l is het risico op hart- en vaatziekten licht verhoogd. Op basis van een lipidenprofiel kan worden onderzocht hoeveel ‘goed' (HDL) en ‘slecht' (LDL) cholesterol in het bloed aanwezig is. Afhankelijk van dat onderzoek wordt bepaald of (en welke) behandeling nodig is.

Verhoogd

1 < betekent kleiner dan, > betekent grote dan

Een cholesterol boven 6,5 mmol/l verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Op basis van een lipidenprofiel en andere tests kan de oorzaak van het hoge cholesterol verder worden onderzocht. Als de oorzaak bekend is zal een passende behandeling worden voorgeschreven. Verhoogd cholesterol komt ook vaak voor bij patiënten die behandeld worden en die nog niet de streefwaarde hebben bereikt. De streefwaarde wordt meestal vastgesteld op basis van het LDL-cholesterol.

http://www.hartstichting.nl/risicofactoren/hoog_cholesterol/wanneer_te_hoog/

Van nature schommelt het cholesterolgehalte. Een hoge waarde kan een uitschieter zijn. Het is verstandig om deze waarden regelmatig te laten meten. Patiënten met hart-vaatziekten en/of diabetes type 2 hebben extra veel belang bij een laag cholesterolgehalte. Voor deze patiënten zijn daarom strengere streefwaarden opgesteld, namelijk een LDL-cholesterol van minimaal onder de 2,5 mmol/l en een totaal cholesterol van minder dan 4,5 mmol/l.


HDL 

HDL-cholesterol is “goed” cholesterol en daarom is een hoge HDL-waarde beter dan een lage. Een HDL lager dan 1,04 mmol/L wordt beschouwd als een hoger risico op hart- en vaatziekten. Waarden tussen 1,04 en 1,55 mmol/L betekenen in het algemeen een matig risico en waarden boven 1,55 wijzen op een laag risico op hart- en vaatziekten. Het is gebruikelijk om te kijken naar de verhouding tussen totaal cholesterol en HDL-cholesterol. Deze verhouding moet kleiner zijn dan 5, maar kleiner dan 3,5 is het best. Het is echter van groot belang om bij de beoordeling van deze verhouding ook te kijken naar de uitkomsten van de afzonderlijke tests. Voor een juiste interpretatie is overleg met de huisarts nodig. Recente ontwikkelingen laten zien dat niet alleen de concentratie van het HDL van belang is, maar ook de werkzaamheid van het HDL-deeltje. Het komt voor dat de cholesterol verlaagd is bij ziekte, een paar dagen na een hartaanval of bij stress. Bij zwangerschap is de HDL-cholesterol dikwijls afwijkend (hoger of lager) ten opzichte van de normale situatie. Daarom is het beter om de test minimaal 6 weken na de zwangerschap uit te voeren.

Een hoog HDL-cholesterol is gunstig en een hoog LDL-cholesterol en een hoog triglyceridengehalte is ongunstig. HDL-cholesterol zorgt voor transport van cholesterol vanuit de vaatwand naar de lever. Hoe hoger het HDL-cholesterol, des te beter is de afvoer van overtollig cholesterol naar de lever.


Triglyceriden 

Triglyceriden zijn vetten in het bloed die door het lichaam als energiebron gebruikt worden. Als uw triglyceriden verhoogd zijn, kan dit het proces van aderverkalking versnellen en uiteindelijk zelfs hart- en vaatziekten veroorzaken. Het is daarom belangrijk om uw triglyceriden waarden laag te houden.

Zie ook:http://www.cholesterolvoorlichting.nl/te-hoog-cholesterol/triglyceriden-waarden-verlagen

Suggesties bij het verlagen van uw triglyceriden:

• Verhoog gebruik van enkelvoudig onverzadigde vetzuren (bijv. olijfolie, koolzaadolie, zonnebloemolie) ter vervanging van slechte vetten

• Zorg dat u voldoende vitamine C binnenkrijgt

• Vermijd geraffineerde koolhydraten zoals suiker

• Drink minder alcohol

Geschikte voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld: Avocado, Blauwe druif, Linzen, Notenolie, Olijfolie, Pijnboom pitten, Pompoen olie of -pitten, Prei, Knoflook, Lente ui,


LDL 

De test meet de hoeveelheid LDL-cholesterol in het bloed. LDL behoort tot de groep van de zogenaamde lipoproteïnen, die het transport van vetten - zoals cholesterol en triglyceriden - in het lichaam verzorgen. LDL transporteert voornamelijk cholesterol van het maag-darmkanaal naar de vaatwand. Verhoogde LDL-cholesterol concentraties zijn onwenselijk omdat daardoor cholesterol wordt afgezet op de wanden van de bloedvaten. Dit kan leiden tot een stugge vaatwand, een verminderde bloeddoorstroming en zelfs tot verstopping van het bloedvat. Zo kunnen hart- en vaatziekten ontstaan, die kunnen leiden tot een hartaanval of een beroerte. LDL-cholesterol wordt ook wel het 'slechte' cholesterol genoemd.

Bij de meeste gezonde mensen ligt de waarde van LDL cholesterol tussen de 2,0 en 4,5 mmol/l. De streefwaarde voor LDL-cholesterol is echter kleiner dan 3,0 mmol/l. Van alle vormen van cholesterol wordt LDL-cholesterol beschouwd als de belangrijkste risicofactor voor het veroorzaken van hart- en vaatziekten.

Een aangepast dieet en meer beweging (voor degenen die er een zittend bestaan op nahouden) kunnen je cholesterolwaarden na verloop van tijd weer verbeteren.


Vitamine B12 

Bij gezonde mensen varieert het gehalte vitamine B12 in het bloed tussen de 140 en 650 pmol/l Verlaagd: Er is volgens de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) sprake van een tekort aan vitamine B12 indien de waarden lager zijn dan 150 pmol/l oftewel lager dan 200 ng/l. Bij laagnormale waarden voor vitamine B12 wordt soms aanvullend homocysteïne of methylmalonzuur in het bloed bepaald om op celniveau een tekort vast te stellen.

Mogelijke oorzaken een vitamine B12-tekort zijn:

• verminderde opname uit voedsel, doordat het dieet te weinig producten bevat met vitamine B12 of foliumzuur, of doordat het lichaam vitamine B12 en foliumzuur niet goed opneemt vanuit de darmen

• tekort aan "intrinsic factor" in de maagwand waardoor vitamine B12 niet kan worden opgenomen vanuit het voedsel. Komt wel voor bij maagklachten.

• een toegenomen uitscheiding via de nieren van vitamine B12 of foliumzuur bijvoorbeeld als gevolg van overmatig alcoholgebruik of het slikken van bepaalde medicijnen

• een toegenomen behoefte van vitamine B12 of foliumzuur, zoals tijdens de zwangerschap.

Verhoogde waarden van vitamine B12 wijzen meestal op inname van supplementen zoals vitaminepillen. Ook komen verhoogde waarden voor bij bepaalde leukemieën (bloedkanker). Er zijn geen nadelige effecten bekend van een hoge inname van vitamine B12. Daarom is er geen bovengrens aan te geven. Het Vitamine Informatie Bureau hanteert een richtlijn van maximaal vijf keer de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) per dag. Deze richtlijn is gebaseerd op de maximaal veilige bovengrenzen die opgesteld zijn in Nederland, de Europese Unie en de Verenigde Staten.

Wat zijn de gevolgen van een teveel aan vitamine B12? Het lichaam kan bij een hoge inname zelf de opname van vitamine B12 uit de voeding beperken. Er zijn daarnaast geen nadelige effecten op het lichaam bekend van een hoge vitamine B12-inname.


Ferritine 

Ferritine is een eiwit dat vooral in de lever en in het beenmerg aanwezig is en dat wordt gebruikt om ijzer op te slaan. Een kleine hoeveelheid ferritine zit echter ook in het bloed. De hoeveelheid ferritine in bloed is een maat voor de hoeveelheid ferritine (en dus de hoeveelheid ijzer) in de lever en het beenmerg. IJzer is nodig voor de aanmaak van rode bloedcellen (hemoglobine) in het beenmerg. Als het lichaam te weinig ijzer heeft, zal eerst de reservevoorraad in de vorm van ferritine opgemaakt worden. Pas als er bijna geen ferritine meer is, maakt het lichaam te weinig rode bloedcellen aan en is er sprake van bloedarmoede. Bij teveel ijzer in het lichaam is de hoeveelheid ferritine in de weefsels en het bloed te groot en ontstaat een aandoening die men ijzerstapelingsziekte (hemochromatose) noemt.

Licht verhoogd: Een licht verhoogd ferritinegehalte (tot 400 μg/L) kan worden veroorzaakt door ijzerstapelingsziekte, leverziekte, autoimmuunziekte, ontsteking of meerdere bloedtransfusies.

Sterk verhoogd: Een sterk verhoogd ferritinegehalte (boven 500 μg/L)kan worden veroorzaakt door ijzerstapelingsziekte, leverziekte of autoimmuunziekte.

Verlaagd: Een verlaagd ferritinegehalte(onder 10 μg/L) wijst op een ijzertekort waardoor bloedarmoede kan ontstaan.


Transferrine 

Een gebrek aan ijzer kan er de oorzaak van zijn dat er te weinig hemoglobine (het zuurstofbindende eiwit in de rode bloedcellen) in het bloed wordt gevormd. Een te lage hoeveelheid hemoglobine in het bloed heet bloedarmoede of "anemie". De rode bloedlichaampjes zijn dan meestal kleiner en minder goed gevuld met hemoglobine dan normaal. Op basis van een serumijzer- of transferrine-test kan worden vastgesteld of verder onderzoek of behandeling van ijzertekort nodig is. Bij ijzerstapeling (hemochromatose) is er juist een overschot aan ijzer in het lichaam. Als de arts vermoedt dat dit het geval is, of wanneer deze aandoening in de familie voorkomt, wordt vaak een transferrine-test (alsmede ook de ijzer- en ferrintinetest) aangevraagd om te zien of verder onderzoek noodzakelijk is.

Verhoogd; Een verhoogde TIJBC of transferrine zou kunnen passen bij ijzergebrek. Maar ook bij zwangerschap en bij het gebruik van de (anticonceptie)pil kan de TIJBC verhoogd zijn.

Verlaagd: Een verlaagde TIJBC of transferrine zou kunnen passen bij een overschot aan ijzer in het lichaam, zoals bijvoorbeeld bij hemochromatose. Ook bepaalde (erfelijke) vormen van bloedarmoede kunnen gepaard gaan met ijzerophoping. Een verlaagd TIJBC of transferrine kan ook wijzen op eiwitarme voeding of het minder goed functioneren van de lever.


IJzer 

Normaal: bij gezonde personen is de gemiddelde ijzerserumwaarde ongeveer 20 μmol/l

Verhoogd: serumijzer is dan (veel) hoger dan 30 μmol/l. In dat geval kan er sprake zijn van ijzerstapeling, een ziekte waarbij het lichaam constant te veel ijzer opneemt uit het voedsel in de darm omdat de darmcellen 'denken' dat het lichaam te weinig ijzer heeft. Verhoging kan ook voorkomen bij patiënten die net begonnen zijn met het slikken van ijzertabletten.

Verlaagd: Dit komt veel voor. Bij de menstruatie kunnen vrouwen bijvoorbeeld "te veel" bloed verliezen waardoor ijzergebrek ontstaat, en dat kan leiden tot bloedarmoede (anemie). Deze vorm van bloedarmoede heet ijzergebreksanemie.


De transferrineverzadiging 

Dit wordt berekend uit de concentraties van ijzer en transferrine. Het resultaat ligt tussen 0 en 100 %.

De transferrineverzadiging is bij hemochromatose bijna steeds verhoogd, ook wanneer de ferritine concentratie nog normaal is, zoals bij vrouwen met veel menstrueel bloed-verlies en bij kinderen. Wanneer bij herhaling een transferrineverzadiging (nuchter) van meer dan 45 % wordt gevonden duidt dit op een sterk verhoogd risico voor ijzerstapeling. De transferrineverzadiging kan ook verhoogd zijn bij gebruik van ijzertabletten, vitamine C en bij overmatige alcoholconsumptie.

De transferrineverzadiging kan laag zijn bij chronisch bloedverlies, infecties en maligniteit. De referentiewaarden zijn afhankelijk van het geslacht: mannen: 20 - 50 % vrouwen: 15 - 50 %


TSH Schildklier

Verhoogd: Een verhoogde TSH, dus hoger dan 5,0 mE/L, betekent meestal dat de schildklier te weinig schildklierhormoon maakt (‘trage schildklier' oftewel hypothyreoïdie). De hypofyse krijgt meestal wel het signaal om meer TSH te maken, en dat gebeurt, maar vervolgens is de schildklier niet goed in staat om te reageren op TSH en extra schildklierhormonen aan te maken. In zeldzame gevallen komt het voor dat de hypofyse niet goed functioneert en daardoor te veel TSH maakt. Bij een patiënt die behandeld wordt met synthetisch schildklierhormoon betekent een hoge TSH dat de patiënt te weinig schildklier hormoon krijgt.

Verlaagd: Een lage TSH, dus een uitslag lager dan 0,35 mE/L, betekent meestal een overactieve schildklier (oftewel hyperthyreoïdie) of een patiënt die te veel schildklierhormoon toegediend krijgt. Zeldzaam is een afwijking van de hypofyse waarbij er te weinig TSH gemaakt wordt. Wanneer het TSH te hoog of te laag is, betekent dit dat de afgifte van schildklierhormoon niet goed is. Om daar de precieze oorzaak van te achterhalen, is verder onderzoek nodig. Een onderdeel van dit onderzoek bestaat uit het meten van de schildklierhormoon (meestal betreft dit alleen het vrije T4).


Vrij T4 

Een hoge vrije T4 uitslag past bij een overactieve schildklier (hyperthyreoïdie), terwijl een lage vrij T4 zou kunnen wijzen op een te weinig actieve schildklier (hypothyreoïdie). De FT4 testuitslag alléén is onvoldoende voor een diagnose, maar kan voor de arts aanleiding zijn om extra onderzoek uit te voeren naar de oorzaak van het tekort of het teveel aan schildklierhormoon.


T3 

T3 wordt gebruikt wanneer de TSH en de FT4 uitslagen niet passen bij het ziektebeeld. Bijvoorbeeld iemand heeft een ziektebeeld van een hyperthyreoïdie, maar het lab laat een normale TSH en FT4 zien.

Hyperthyreoïdie wil zeggen dat er teveel schildklierhormoon wordt aangemaakt, door een te hard werkende schildklier. Dit kan tot veel vervelende klachten leiden als onverklaarbaar gewichtsverlies, onrust, hartkloppingen en kortademigheid. Hyperthyreoïdie is goed te behandelen.

De T4 en T3 testuitslagen alléén zijn onvoldoende voor een diagnose, maar kunnen voor de arts aanleiding zijn om extra onderzoek uit te voeren naar de oorzaak van het tekort of het teveel aan schildklierhormoon.


25-OH-Vitamine D

Momenteel vindt een harmonisatie plaats van de streefwaarde voor vitamine D in Nederland, namelijk een 25(OH)D concentratie van 50-150 nmol/l, met een optimum van 75-80 nmol/l.

Vitamine D wordt aangemaakt in de huid, echter het zonlicht moet een bepaalde intensiteit hebben. Indien de schaduw van het lichaam langer is dan de werkelijke lichaamslengte is het lichaam niet meer in staat om zelf vitamine D aan te maken. Daarnaast kan vitamine D uit voedsel gehaald worden (vette vis, shiitake paddenstoelen, eierdooier, als additieven in margarine en braadvetten) of uit vitamine D pillen. De variant uit planten is de D2 variant maar wordt in het lichaam evengoed omgezet naar de werkzame metaboliet als de D3 vanuit dieren.Als indicatie van de relatie vitamine D inname (cholecalciferol) en de gemeten concentratie kan circa 1 microgram/dag voor elke nmol/l stijging aangehouden worden. Om van 50 naar 80 nmol/l 25(OH)D te gaan, is ongeveer 30 microgram cholecalciferol per dag nodig gedurende minimaal twee maanden. Zie ook: http://www.voedingscentrum.nl/vitamined

• Beneden een 25(OH)D serumconcentratie van 20 nmol/l is de kans op rachitis en osteomalacie sterk vergroot (meerdere publicaties).

• Spierpijn en klachten treden op bij concentraties < 20 nmol/l (ref. Torrentes de la Jara), terwijl spierzwakte en een verhoogd valrisico optreden bij concentraties < 50 nmol/l (Janssen/Verhaar, Lips, Bischoff-Ferrari).

• De botdichtheid daalt beduidend bij waarden < 50 nmol/l (bijv. Bischoff-Ferrari).

• Door te streven naar een minimaal niveau van 75-80 nmol/l is winst te halen door risicoreductie voor meerdere soorten kanker en voor auto-immuunziekten (Dawson-Hughes, Biscchoff-Ferrari e.a.).

• Men moet naar nog hogere waardes (> 100 nmol/l) voor speciale resultaten zoals het verlagen van de incidentie van aanvallen bij MS.

• Tot een concentratie van circa 220 nmol/l bestaat geen gevaar voor een te hoog calcium.


SHBG

De test meet de hoeveelheid Sex Hormone Bindend Globuline (SHBG) in bloed. SHBG is een eiwit (globuline) dat door de lever wordt geproduceerd en in staat is om testosteron en oestradiol sterk aan zich te binden. SHBG transporteert vervolgens deze hormonen in een inactieve vorm via het bloed door het lichaam. Testosteron remt de productie van SHBG terwijl oestradiol juist de productie stimuleert.

Verhoogd: Bij een verhoogde hoeveelheid SHBG is er waarschijnlijk minder testosteron vrij beschikbaar dan verwacht op basis van de totaal testosterontest

Verlaagd: Bij een verlaagde hoeveelheid SHBG is er meer waarschijnlijk meer testosteron vrij beschikbaar dan verwacht op basis van de totaal testosterontest.


Cortisol

De cortisolwaarden in bloed variëren met het tijdstip van de dag.

Voor het interpreteren van uw uitslag dient u dus het tijdstip van uw bloedafname in acht te nemen voor het lezen van de uitslag.

TijdstipNormaalVerhoogd
🌅's Ochtendsvroeg in de ochtend
138 – 635 nmol/L> 800 nmol/L
☀️'s Middagsmidden op de dag
83 – 442 nmol/L> 500 nmol/L
🌙's Avondslaat op de dag
83 – 276 nmol/L> 300 nmol/L


Het cortisolgehalte in bloed is 's ochtends vroeg direct na het ontwaken het hoogst en 's avonds laag. Bij mensen die werken in onregelmatige diensten en ook ‘s nachts is het cortisolpatroon vaak ontregeld.


Testosteron 

Verlaagd: Bij jongens/mannen: late puberteit, door zaadballen die geen/slecht testosteron kunnen maken (bv klinefeltersyndroom), doordat de hersenen geen LH meer maken en daardoor de zaadballen niet aangestuurd worden om testosteron te gaan maken.

Verhoogd: Bij meisjes/vrouwen: bij het polycysteus ovarium syndroom (PCOS), bij adreno genitaal syndroom (AGS) of door een tumor.

Bij mannen: bij testosteron injecties (anabolen gebruik in met name sportscholen) of door een tumor.

Bij jongens: door een te vroege puberteit, bij adreno genitaal syndroom (AGS) of door een tumor.

Let op: tijdens de zwangerschap/tijdens pilgebruik gaan de bindende eiwitten stijgen en zal het totaal testosteron ook verhoogd kunnen zijn. Daarom zal de arts een "vrij"- testosteron test aanvragen waarbij uitsluitend het vrije (niet aan SHBG of albumine gebonden) testosteron wordt bepaald. De hoeveelheid vrij testosteron kan ook berekend worden met behulp van de uitslagen van het totale testosteron, SHBG en albumine. Het vrije testosteron is actief.


Vrij testosteron 

De meerderheid van testosteron bij mannen en vrouwen is gebonden aan een specifiek eiwit in het bloed geslachtshormoon bindend globuline (SHBG), en een kleine hoeveelheid is gebonden aan een bloed-eiwit albumine. Wat blijft ongebonden is de zogenaamde vrije testosteron.

Hoge vrij testosteron bij mannen kan leiden tot ongewone stemmingswisselingen en agressie.

Volgens een studie van Penn State University, kan een hoog vrij testosteron een significant effect hebben op familierelaties. Professor Booth op de universiteit zei: "Hoog testosteron individuen hebben meer kans om meer te drinken, roken en het krijgen van bij ongelukken en vechtpartijen" Professor Booth zei ook dat mannen met een hoge vrije testosteron meer kans hebben op misbruik en ontrouw in relaties en kans hebben om geen goede relatie met hun kinderen te hebben.”

Aan de positieve kant, volgens onderzoekers van de Penn State University, hebben mannen van middelbare leeftijd met een hoge vrije testosteron minder kans op obesitas, hartaanvallen, hoge bloeddruk en frequente verkoudheden.



HAEMATOLOGIE


Hemoglobine

De normaalwaarden (referentiewaarden) van hemoglobine zijn onder andere afhankelijk van leeftijd en geslacht.

Een verhoogd hemoglobine kan het gevolg zijn van:

• uitdroging

• verhoogde aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg

• ernstige longziekten

• Langdurig verblijf op grote hoogte (>2000 meter)


Een verlaagd hemoglobine kan het gevolg zijn van:

• ijzergebrek of gebrek aan de vitaminen foliumzuur en vitamine-B12

• erfelijke hemoglobine afwijkingen zoals bij sikkelcel anemie of thallassemie

• erfelijke aandoeningen van rode bloedcellen

• lever afbraak (levercirrose)

• overmatig bloedverlies

• verhoogde afbraak van rode bloedcellen

• nierziekten

• chronische ontstekings-ziekten

• slecht functionerend beenmerg (aplastische anemie)


WBC(leukocyten) Witte bloedcellen 

Verhoogd bij infecties, ontstekingen en kanker.

Verlaagd bij medicijngebruik(bijvoorbeeld methotrexaat), bij sommige auto-immuunziekten, bij sommige ernstige infecties en bij het niet goed werken van het beenmerg


RDW Red Cell Distrubution With 

De rode-celverdelingsbreedte (EVB), in de Engels-Amerikaans Literatuur aangeduid als RDW (Red cell distrubution with) komt overeen met de variatiecoëfficiënt van het volume van de Erytrocieten. Bij een normale EVB is er sprake van een homogene celpopulatie, (alle rode bloedcellen zijn even groot) , een verhoogde EVB geeft aan dat de rode bloedcellen van grootte variëren.

EVB geeft aan of er sprake is van anisocytose van de Erytrocyten. Anisocytose is een medische term die aangeeft dat de rode bloedcellen (ook wel erytrocyten genaamd) van ongelijke grootte zijn. Deze bevinding is niet specifiek en komt voor bij verschillende vormen van bloedarmoede (=anemie) en andere hematologische aandoeningen. De RDW geeft de grootte variatie weer van de rode bloedcellen gedeeld door het mean corpuscular volume (MCV; een maat voor het gemiddelde volume van de rode bloedcel). Een toegenomen RDW wordt gezien bij beenmergstoornissen waarbij de productie van bloedcellen verstoort is.


Zink

Voedingsvezels en fosfor hebben een belemmerende werking op de opname van zink.De maximaal veilige dosis voor zink is 25 mg per dag. Dit komt overeen met acht gebakken hamburgers. Bij de veilige dosis gaat het om een gemiddelde waarde, waarbij een ruime marge is genomen. Dit betekent dat éénmalige of kortdurende overschrijding van de maximaal veilige dosis geen direct gevaar oplevert.

Wat zijn de gevolgen van een teveel aan zink?

Een acuut teveel aan zink is zeldzaam bij mensen. Wanneer er sprake was van een inname van een grote dosis zink in één keer, dan werd dit veroorzaakt door voeding of drank die in contact was gekomen met verzinkte blikken. De symptomen die hierbij optraden waren onder andere misselijkheid, braken, buikkrampen en diarree. Langdurige inname van teveel zink kan leiden tot onder andere anemie (bloedarmoede) en een vermindering van de weerstand.

Wat zijn de gevolgen van een tekort aan zink?

Zuigelingen kunnen door een tekort aan zink een groeiachterstand oplopen en ernstig ondervoed raken. Andere gevolgen van een zinktekort kunnen zijn: groeivertraging, verminderde smaak en reuk, huidafwijkingen en nachtblindheid.



Place comment