Flex Challenge bloedtest met Oestradiol
Wat betekent de uitslag van Flex Challenge bloedtest met Oestradiol?
Test voor krachtsporters check op: Er wordt gecheckt op bloedarmoede, leverfuncties, nierfunctie, vetprofiel, schildklier, spierbeschadiging en hormonen.
HEMATLOGIE
WBC(leukocyten) Witte bloedcellen
Leukocyten worden ook wel witte bloedcellen genoemd. Het zijn cellen die met name betrokken zijn bij ons afweersysteem. Tijdens een infectie, forse inspanning of zwangerschap kan het aantal verhoogd zijn. Er zijn verschillende soorten leukocyten voor de verschillende type infecties die moeten worden bestreden. Verhoogd bij infecties en ontstekingen. Verlaagd bij medicijngebruik(bijvoorbeeld methotrexaat), bij sommige auto-immuunziekten, bij sommige ernstige infecties en bij het niet goed werken van het beenmerg.
RBC(erytrocyten) Rode bloedcellen
Verlaagd bij een bloedarmoede. Verhoogd bij een toegenomen aanmaak en bij vloeistof verlies door diarree, uitdroging of brandwonden.
Hemoglobine
De normaalwaarden (referentiewaarden) van hemoglobine zijn onder andere afhankelijk van leeftijd. en geslacht. Een verhoogd hemoglobine kan het gevolg zijn van:
• uitdroging
• verhoogde aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg
• ernstige longziekten
• Langdurig verblijf op grote hoogte (>2000 meter) Een verlaagd hemoglobine kan het gevolg zijn van:
• ijzergebrek of gebrek aan de vitaminen foliumzuur en vitamine-B12
• erfelijke hemoglobine afwijkingen zoals bij sikkelcel anemie of thallassemie
• erfelijke aandoeningen van rode bloedcellen
• lever afbraak (levercirrose)
• overmatig bloedverlies
• verhoogde afbraak van rode bloedcellen
• nierziekten
• chronische ontstekingsziekten
• slecht functionerend beenmerg (aplastische anemie)
Hematocriet
Hematocriet kan op kunstmatige wijze worden verhoogd door het gebruik van erytropoëtine, ook wel bekend als EPO. Bij het wielrennen en enkele andere sporten wordt er vaak misbruik gemaakt van de voordelen van een verhoogd hematocriet. Er kan immers meer zuurstof door het bloed vervoerd worden als er meer rode bloedcellen zijn. Echter maakt het bloed ook stroperig wat de kans op verstopping van kleine vaatjes ook groter maakt. Het is dus niet helemaal zonder risico’s.
Verlaagd: Verlaagd hematocriet duidt op bloedarmoede, bijvoorbeeld veroorzaakt door ijzergebrek. Andere oorzaken van een verlaagd hematocriet kunnen zijn vitaminegebrek, een bloeding, leverziekten of kanker. Verder onderzoek is nodig om de oorzaak van de bloedarmoede op te sporen.
Verhoogd: Verhoogd hematocriet wordt meestal veroorzaakt door uitdroging. Inname van voldoende vocht lost dit probleem meestal op. Een andere oorzaak van een hoog hematocriet kan de ziekte polycytemia vera zijn. Hierbij worden in het beenmerg te veel rode bloedcellen aangemaakt. Ook komt verhoogd hematocriet voor als de longen niet goed functioneren waardoor het lichaam te weinig zuurstof krijgt. Om dit zuurstofgebrek te compenseren maakt het beenmerg meer rode bloedcellen aan en dat leidt tot verhoogd hematocriet.
MCV
Verhoogd: Een te hoge MCV waarde kan duiden op bloedarmoede ten gevolge van tekort aan vitamine B12 en/of foliumzuur.
Verlaagd: Een te lage MCV waarde kan duiden op bloedarmoede ten gevolge van ijzergebrek. Ook bij patiënten met thalassemie (afwijking van het hemoglobine eiwit in de rode bloedcellen) is de MCV te laag.
MCH
MCH is de afkorting voor de Engelse term ‘mean corpuscular hemoglobin'. De MCH-test bepaalt de hoeveelheid hemoglobine (zuurstoftransporterend eiwit) in de rode bloedcellen en geeft daarmee informatie over de rode bloedcellen en over de verspreiding van zuurstof in het lichaam. De MCH wordt niet direct gemeten, maar berekend uit de hoeveelheid hemoglobine en het aantal rode bloedcellen. De MCH-waarde zegt iets over de mate van hemoglobinevulling van de rode bloedcellen. De test maakt deel uit van het complete bloedonderzoek. Afwijkende MCH-waarden komen voor bij mensen met bloedarmoede of afwijkende rode bloedcellen.
MCHC Mean Corpuscular Hemoglobin Concentration
Kan verlaagd zijn als het MCV verlaagd is. Een verhoging hangt af van de hoeveelheid hemoglobine dat in een rode bloedcel past.
Trombocyten
Verhoogd: Infecties en ontstekingen, ijzergebrek en miltverwijdering kunnen het aantal trombocyten tijdelijk verhogen. Soms komt een hoog trombocyten aantal voor zonder aanwijsbare reden en zonder gevolgen. Ook kan in geval van bepaalde beenmergziekten (zogeheten myeloproliferatieve ziekten) het aantal trombocyten verhoogd zijn.
Verlaagd: Een laag trombocyten aantal kan worden veroorzaakt door een verminderde aanmaak van trombocyten in het beenmerg of door een versnelde afbraak in het bloed. In beide gevallen kan het aantal trombocyten zo laag worden dat er spontaan bloedingen optreden.
KLINISCHE CHEMIE
Cholesterol
De gewenste hoeveelheid cholesterol is 5,0 mmol/l of lager. Hierbij is het risico op hart- en vaatziekten niet verhoogd.
Licht verhoogd: Bij een cholesterol tussen 5 mmol/l en 6,5 mmol/l is het risico op hart- en vaatziekten licht verhoogd. Op basis van een lipidenprofiel kan worden onderzocht hoeveel ‘goed' (HDL) en ‘slecht' (LDL) cholesterol in het bloed aanwezig is. Afhankelijk van dat onderzoek wordt bepaald of (en welke) behandeling nodig is.
Verhoogd: Een cholesterol boven 6,5 mmol/l verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Op basis van een lipidenprofiel en andere tests kan de oorzaak van het hoge cholesterol verder worden onderzocht. Als de oorzaak bekend is zal een passende behandeling worden voorgeschreven. Verhoogd cholesterol komt ook vaak voor bij patiënten die behandeld worden en die nog niet de streefwaarde hebben bereikt. De streefwaarde wordt meestal vastgesteld op basis van het LDL-cholesterol.
Van nature schommelt het cholesterolgehalte. Een hoge waarde kan een uitschieter zijn. Het is verstandig om deze waarden regelmatig te laten meten.
Patiënten met hart-vaatziekten en/of diabetes type 2 hebben extra veel belang bij een laag cholesterolgehalte. Voor deze patiënten zijn daarom strengere streefwaarden opgesteld, namelijk een LDL-cholesterol van minimaal onder de 2,5 mmol/l en een totaal cholesterol van minder dan 4,5 mmol/l.
HDL
HDL-cholesterol is “goed” cholesterol en daarom is een hoge HDL-waarde beter dan een lage. Een HDL lager dan 1,04 mmol/L wordt beschouwd als een hoger risico op hart- en vaatziekten. Waarden tussen 1,04 en 1,55 mmol/L betekenen in het algemeen een matig risico en waarden boven 1,55 wijzen op een laag risico op hart- en vaatziekten. Het is gebruikelijk om te kijken naar de verhouding tussen totaal cholesterol en HDL-cholesterol. Deze verhouding moet kleiner zijn dan 5, maar kleiner dan 3,5 is het best. Het is echter van groot belang om bij de beoordeling van deze verhouding ook te kijken naar de uitkomsten van de afzonderlijke tests. Voor een juiste interpretatie is overleg met de huisarts nodig. Recente ontwikkelingen laten zien dat niet alleen de concentratie van het HDL van belang is, maar ook de werkzaamheid van het HDL-deeltje. Het komt voor dat de cholesterol verlaagd is bij ziekte, een paar dagen na een hartaanval of bij stress. Bij zwangerschap is de HDL-cholesterol dikwijls afwijkend (hoger of lager) ten opzichte van de normale situatie. Daarom is het beter om de test minimaal 6 weken na de zwangerschap uit te voeren. Een hoog HDL-cholesterol is gunstig en een hoog LDL-cholesterol en een hoog triglyceridengehalte is ongunstig. HDL-cholesterol zorgt voor transport van cholesterol vanuit de vaatwand naar de lever. Hoe hoger het HDL-cholesterol, des te beter is de afvoer van overtollig cholesterol naar de lever.
LDL
De test meet de hoeveelheid LDL-cholesterol in het bloed. LDL behoort tot de groep van de zogenaamde lipoproteïnen, die het transport van vetten - zoals cholesterol en triglyceriden - in het lichaam verzorgen. LDL transporteert voornamelijk cholesterol van het maag-darmkanaal naar de vaatwand. Verhoogde LDL-cholesterol concentraties zijn onwenselijk omdat daardoor cholesterol wordt afgezet op de wanden van de bloedvaten. Dit kan leiden tot een stugge vaatwand, een verminderde bloeddoorstroming en zelfs tot verstopping van het bloedvat. Zo kunnen hart- en vaatziekten ontstaan, die kunnen leiden tot een hartaanval of een beroerte. LDL-cholesterol wordt ook wel het 'slechte' cholesterol genoemd. Bij de meeste gezonde mensen ligt de waarde van LDL cholesterol tussen de 2,0 en 4,5 mmol/l. De streefwaarde voor LDL-cholesterol is echter kleiner dan 3,0 mmol/l. Van alle vormen van cholesterol wordt LDL-cholesterol beschouwd als de belangrijkste risicofactor voor het veroorzaken van hart- en vaatziekten. Een aangepast dieet en meer beweging (voor degenen die er een zittend bestaan op nahouden) kunnen je cholesterolwaarden na verloop van tijd weer verbeteren.
LDL/HDL-risico index Cholesterol ratio
De cholesterol ratio is een goede voorspeller van uw risico op hart-vaatziekten. De cholesterol ratio is de verhouding tussen het totaal cholesterol en het HDL cholesterol in uw lichaam. De berekening van de cholesterol ratio: Totaal cholesterol / HDL cholesterol = Cholesterol ratio
Het totaal cholesterol bestaat uit LDL cholesterol + triglyceriden + HDL cholesterol. Een verhoogd totaal cholesterol, met name een verhoogd LDL cholesterol, is een belangrijke risicofactor voor het optreden van hart-vaatziekten. Ook triglyceriden hebben een slechte invloed op de gezondheid van de vaatwand. Daarentegen is in meerdere studies een sterk gunstig verband aangetoond tussen de concentratie van HDL-cholesterol en het risico van hart-vaatziekten. Dat willen zeggen, een hoog HDL-cholesterol verlaagd het risico.
De tegengestelde effecten van de slechte vetten (LDL en triglyceriden) en het goede HDL cholesterol, is de reden dat de cholesterol ratio goed kan worden gebruikt als risico voorspeller. Om het risico te verkleinen, is het belangrijk dat de balans tussen goed en slecht zo gunstig mogelijk is.
Het is dus gunstig als het totaal cholesterol laag is terwijl het HDL cholesterol hoog is, dit resulteert in een lage cholesterol ratio. Als u echter naast een verlaagde HDL, een hoge LDL- of triglyceridengehalte heeft, is de cholesterol ratio en dus het risico op hart-vaatziekten verhoogd.
Een optimale cholesterol ratio is 4 of lager.
Triglyceriden
Triglyceriden zijn vetten in het bloed die door het lichaam als energiebron gebruikt worden. Als uw triglyceriden verhoogd zijn, kan dit het proces van aderverkalking versnellen en uiteindelijk zelfs hart- en vaatziekten veroorzaken. Het is daarom belangrijk om uw triglyceriden waarden laag te houden.
Suggesties bij het verlagen van uw triglyceriden:
• Verhoog gebruik van enkelvoudig onverzadigde vetzuren (bijv. olijfolie, koolzaadolie, zonnebloemolie) ter vervanging van slechte vetten
• Zorg dat u voldoende vitamine C binnenkrijgt
• Vermijd geraffineerde koolhydraten zoals suiker
• Drink minder alcohol
Geschikte voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld: Avocado, Blauwe druif, Linzen, Notenolie, Olijfolie, Pijnboom pitten, Pompoen olie of -pitten, Prei, Knoflook, Lente ui, Lijnzaad, Sesam pasta of -zaad, Shi take, Soja, Soja yoghurt, Taugé, Vis, Walnoten, Witte bonen.
Afwijkende leverfuncties
Krachttraining kan leiden tot verhoogde lever waarden in bloedonderzoek. Dit geldt specifiek voor ASAT en ALAT. Dit komt niet omdat krachttraining belastend is voor de lever, maar omdat bij spierafbraak deze enzymen in verhoogde mate in het bloed komen. Deze verhoogde waarden kunnen tot twaalf dagen na een krachttraining aanhouden.
Daarnaast zijn er voldoende aanwijzingen in de literatuur dat het gebruik van tamoxifen (nolvadex) kan leiden tot verhoogde lever waarden. Deze verhoogde waarden duiden wel op leverschade. Ook na gebruik van tamoxifen kunnen deze waarden enige tijd verhoogd zijn.
ASAT(lever)
Normaal: Bij gezonde mensen (zonder leverproblemen en geen spierschade) is de hoeveelheid ASAT minder dan 25 U/l.
Licht verhoogd: Een lichte verhoging (in de regel een uitslag <50-75 U/l) van ASAT kan duiden op alcoholmisbruik. Maar er zijn ook aandoeningen als tumoren, blokkade van de galwegen en levercirrose die licht verhoogde ASAT waarden veroorzaken. Injecties in de spieren kunnen de ASAT-waarden verhogen, net zoals te uitgebreide spieroefeningen. Gebruik van medicijnen of drugs kunnen ook de aanmaak van ASAT beïnvloeden, zodat hogere waarden worden gevonden. De arts moet voor een juiste interpretatie daarom altijd weten welke omstandigheden voor de patiënt gelden.
Sterk verhoogd: Sterk verhoogde ASAT-waarden (in de regel een uitslag >250 U/l) komen voor bij leverontstekingen (hepatitiden), al dan niet veroorzaakt door een virus. De hoge waarden kunnen maanden aanhouden.
ALAT
Het bloedonderzoek naar alanine aminotransferase (ALAT) wordt gebruikt om leverbeschadiging te detecteren.
Verhoogde ALAT waarde kan duiden op veen leverstoornis zoals met kenmerken als: vermoeidheid, verminderde eetlust, misselijkheid, braken, opgezette buik, geelzucht, donkere urine of een lichte ontlasting. Daarnaast wordt de test aangevraagd bij mensen die mogelijk het hepatitis-virus hebben opgelopen of bij alcoholisten. Bij mensen die geen leverziekten hebben is de ALAT-activiteit bij mannen kleiner dan 45 U/l en bij vrouwen kleiner dan 35 U/l. Aan licht verhoogde waarden, zonder klachten, wordt niet direct een betekenis toegekend. Pas wanneer de waarde meer dan tweemaal de genoemde bovengrens is, is verder onderzoek naar de oorzaak gewenst.
Licht verhoogd: Bij een chronische leverontsteking is ALAT wel verhoogd (maximaal 5x hoger dan normaal) maar niet zo sterk als bij acute hepatitis. De dokter zal de test dan meestal vaker aanvragen om te kijken of enzymacitiviteit van ALAT verandert of hetzelfde blijft. Bij sommige, ook ernstige, leverziekten zoals afstervend leverweefsel (levercirrose), leverkanker en afsluiting van de galwegen komt het voor dat de ALAT-waarde toch normaal is of slechts licht verhoogd. Daarom wordt ALAT vaak gecombineerd met andere levertesten zoals AF en ASAT.
Sterk verhoogd: Een sterk verhoogde ALAT enzymactiviteit (meer dan 15x hoger dan normaal) wordt bijna altijd veroorzaakt door acute leverontsteking (acute hepatitis). Deze vorm van hepatitis wordt meestal veroorzaakt door een virusinfectie. Bij acute hepatitis blijft ALAT wel 1 tot 2 maanden sterk verhoogd. Pas na 3 tot 6 maanden is de uitslag weer normaal.
Gamma GT (leverfunctie)
Bij gezonde mensen vallen de waarden van de leverfuncties binnen normale grenzen. Deze normale grenzen worden de referentiewaarden genoemd. Abnormale leverfuncties kunnen een eerste aanwijzing zijn in de richting van een leverziekte. In het beginstadium van een leverziekte zijn er meestal nog geen lichamelijke klachten, terwijl de leverfuncties al wel veranderd zijn. Dit heeft te maken met de grote reservecapaciteit van de lever. Lichamelijke klachten treden hierdoor pas op wanneer de lever al behoorlijk beschadigd is. De mate van de verhoging en de verhouding tussen de verschillende leverfuncties geven een aanwijzing in de richting van de soort leveraandoening. Om een definitieve diagnose te stellen is aanvullend onderzoek vaak noodzakelijk.
Veranderde leverfuncties wijzen niet altijd op een leveraandoening. Het kan ook veroorzaakt worden door alcoholgebruik, medicijngebruik, ondervoeding, ernstig overgewicht en erg vet eten. In eerste instantie onderneemt een arts bij licht verhoogde waardes daarom vaak nog niets. De arts zal u adviezen geven over gezonde voeding, (over)gewicht, alcohol- en medicijngebruik. Mogelijk kunt u overstappen naar andere medicijnen, die minder schadelijk zijn voor de lever. In veel gevallen worden de leverfuncties vanzelf weer normaal als u zich houdt aan de adviezen van de arts. Het is verstandig om binnen enkele maanden opnieuw bloedonderzoek te doen.
Een licht verhoogde gamma-GT waarde heeft meestal te maken met gebruik van alcohol en/of medicijnen, leververvetting en extreem overgewicht. Een sterk verhoogde gamma-GT waarde wijst op alcoholmisbruik of een belemmerde afvoer van galvloeistof. Dit kan veroorzaakt worden door galstenen, een vernauwing of afwijking aan de galwegen. Bij de meeste mensen die gezond zijn en geen leverafwijking hebben, ligt de GGT-waarde in het gebied van de normale waarden.
Licht verhoogd: Kleine alcoholconsumpties kunnen een kortdurende (24 uur) verhoging van de GGT veroorzaken. Roken geeft ook een stijging van de GGT. Bij vrouwen neemt de GGT met de leeftijd toe, niet bij mannen. De GGT is bij mannen hoger dan bij vrouwen. Ook het ras is van invloed; bij negroïden is de GGT ongeveer 2 maal hoger dan bij blanken.
Sterk verhoogd: Deze uitslagen geven aan dat er iets aan de hand is met de lever, maar uit de GGT is niet af te leiden wat er mis is. Hoge waarden kunnen ook passen bij hartproblemen, alcoholproblemen, medicijngebruik (allerlei soorten). Na stoppen met alcohol kan de GGT nog wel een maand, of langer, verhoogd zijn.
CK
De referentiewaarden voor creatine kinase is bij vrouwen: 10 - 170 U/L en bij mannen: 20 – 200 U/L. Dit betekent dat een waarde die tussen deze grenzen ligt, niet afwijkend is.
Verhoogd: Een verhoogde hoeveelheid CK, of een stijgende (in de tijd oplopende) hoeveelheid CK betekent dat er schade is aan spieren. Het kan betekenen dat de skeletspieren zwaar belast zijn geweest, zoals na hard trainen, het lopen van een (halve) marathon, de vierdaagse of soortgelijke inspanningen. naar mate men minder getraind is zal de spierschade groter kunnen zijn en dus leiden tot een hoger CK.
Omdat het hart ook een spier is, wordt geadviseerd, om bij een hoge CK; zonder dat er sprake is van intensief trainen of lichamelijk letsel, (vallen, stoten) u tot een (huis)arts te wenden.
CK kan ook verhoogd zijn bij patiënten die statines (cholesterolverlagende medicatie) gebruiken. Meestal gaat dat ook gepaard met spierpijn. In dat geval moet contact worden gezocht met de dokter om de medicatie te herzien.
Als laatste moet genoemd worden de verhoging van CK ten gevolge van spierafbraak door een ziekte. Voorbeelden zijn vormen van spierdystrofie, dermatomyositis en polymyositis (algemene spierontstekingen)
Ureum (wordt gevormd in de lever)
Ureum is een product dat in de lever wordt gevormd bij de afbraak van eiwitten. Eiwitten krijgen we dagelijks via de voeding binnen. Ze worden in de lever afgebroken tot bouwstenen (aminozuren) die weer worden gebruikt voor de aanmaak van andere eiwitten die het lichaam nodig heeft. Bij de afbraak komt ook ureum vrij dat niet wordt hergebruikt. Het wordt in de nieren uit het bloed gefiltreerd en via de urine verwijderd. Omdat we dagelijks eiwitten eten en ook afbreken is er altijd een kleine hoeveelheid ureum in het bloed aanwezig. Als de nieren niet goed functioneren wordt ureum niet uitgeplast en zal de hoeveelheid in het bloed toenemen.
Bij goed functionerende nieren varieert de hoeveelheid ureum in bloed van 2,5 - 7,5 mmol/L.
Licht verhoogd: Bij een licht verhoogde ureumwaarde in het bloed (> 7,5 mmol/L en < 15 mmol/L) kan er sprake zijn van een nierprobleem omdat de nieren het bloed niet goed filtreren. Het kan ook zijn dat de bloedstroom door de nieren niet goed is. Dat komt voor bij bijvoorbeeld uitdroging,
hartproblemen, stress, ernstige brandwonden, blokkades in de urinewegen en na een hartaanval. Ook bij een verhoogde eiwitafbraak of na een eiwitrijke maaltijd kan de ureumwaarde licht verhoogd zijn. Dit is bij iedere patiënt anders en zal door de arts beoordeeld moeten worden. Daarnaast komt bij zwangerschap vaak een licht verhoogde ureumwaarde voor. Dit is niet erg.
Sterk verhoogd: Bij een sterk verhoogde hoeveelheid ureum in het bloed (> 15 mmol/L) werken de nieren niet goed.
Verlaagd: Vaak betekent een verlaagde ureumwaarde (< 2,5 mmol/L) niets, maar het kan ook zijn dat de lever niet goed werkt en de afbraak van eiwitten is verstoord. In dat geval zijn specifieke testen nodig om de leverfunctie te onderzoeken (zoals ALAT, ASAT, alkalische fosfatase). Voor het testen van de leverfunctie wordt ureum niet gebruikt. Een verlaagde ureumwaarde kan ook wijzen op ondervoeding waardoor het lichaam te weinig eiwitten binnen krijgt.
Creatinine (nierfunctie)
Creatinine is een afbraakproduct van creatinefosfaat in het spierweefsel. Het wordt door ons lichaam in een vrij constante hoeveelheid geproduceerd, afhankelijk van de aanwezige hoeveelheid spiermassa. Creatinine wordt volledig door de nieren uit het bloed gefiltreerd en uitgescheiden in de urine. Hierdoor ontstaat een evenwichtsspiegel in ons bloed. Deze evenwichtspiegel is het resultaat van de productiesnelheid in de spieren en de uitscheiding door de nieren. De creatinineconcentratie in het bloed en de uitscheiding van creatinine in de urine vormen samen een maat voor het filtratievermogen van onze nieren. Dit is tevens de maat voor de hoeveelheid functionerend nierweefsel in zijn geheel.
Mannen hebben meestal een hogere concentratie creatinine in hun bloed dan vrouwen. Dat komt omdat zij meer skeletspieren hebben. Doorgaans hebben gespierde mensen een hogere creatinineconcentratie dan minder gespierde mensen. Het normale concentratieniveau ligt meestal tussen de 60 en 120 micromol/liter. Bij een verminderde nierfunctie stijgt het creatinine in ons bloed een klein beetje omdat het aanbod gelijk blijft, terwijl de uitscheiding afneemt.
LH (zegt wat over de productie van testosteron en oestradiol)
Bij vrouwen zorgt een stijging van LH (LH-piek) voor stimulatie van de eisprong. Ook bij mannen wordt door de hypofyse LH geproduceerd. Het heeft invloed op de teelballen en vorming van het hormoon testosteron.
Verhoogd: Bij ongewenste kinderloosheid kunnen te hoge LH en FSH waarden wijzen op niet goed functionerende eierstokken of zaadballen. Afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door eerder doorgemaakte ziekten (bof), chemotherapie of bestraling, niet (volledig) indalen van de zaadballen in de jeugd, vroegtijdige menopauze of aangeboren afwijkingen (o.a syndroom van Klinefelter bij mannen, syndroom van Turner bij vrouwen). Ook bij cyclusstoornissen zoals bij polycysteus ovarium syndroom kunnen verhoogde LH waarden gevonden worden.
Verlaagd: Te lage waarden kunnen wijzen op een slecht werkende hypofyse. Oorzaken voor een slecht werkende hypofyse zijn o.a. ernstig ondergewicht, anorexia, stress en tumoren in de hersenen die de functie van de hypofyse of hypothalamus belemmeren.
Bij bepaalde vormen van bijnier-, zaadbal- of eierstokkanker die samengaan met een verhoogde productie van geslachtshormonen (testosteron en oestradiol) worden verlaagde waarden van LH en FSH gevonden. Daarnaast zijn tijdens het gebruik van de anticonceptiepil en hormoontherapie LH waarden verlaagd. Ook tijdens zwangerschap zijn LH- en FSH-waarden verlaagd.
FSH
Het follikelstimulerend hormoon (afgekort FSH, ook wel follitropine genoemd) wordt afgegeven door de hypofyse, samen met het luteïniserend hormoon (LH). Onder invloed van deze hormonen wordt de hormoonproductie van andere geslachtshormonen geregeld. FSH stimuleert bij de vrouw de groei en rijping van follikels in de eierstokken, en zet de follikels aan tot productie van oestrogenen. Bij de man bevordert FSH de vorming van zaadcellen in de teelballen Mannen hebben FSH nodig voor de goede ontwikkeling van de geslachtsklieren en spermaproductie. Andere hormonen die samenwerken met FSH in het voortplantingssysteem zijn luteïniserend hormoon (LH), humaan choriongonadotropine (hCG) en schildklierstimulerend hormoon (TSH).
Verhoogd: Bij ongewenste kinderloosheid kunnen te hoge FSH en LH waarden wijzen op niet goed functionerende eierstokken of zaadballen. Afwijkingen kunnen worden veroorzaakt door eerder doorgemaakte ziekten (bijvoorbeeld bof), chemotherapie of bestraling, tumoren, niet (volledig) indalen van de zaadballen in de jeugd, vroegtijdige menopauze en aangeboren afwijkingen (o.a. syndroom van Klinefelter bij mannen, syndroom van Turner bij vrouwen).
Verlaagd: Te lage waarden kunnen wijzen op een slecht werkende hypofyse. Oorzaken kunnen zijn: ernstig ondergewicht en anorexia en tumoren in de hypofyse of hypothalamus. Verhoging van bepaalde andere geslachtshormonen remmen de hypofyse in de afgifte van FSH Bij een te lage FSH kan dus onvruchtbaarheid voorkomen.
Testosteron
Verlaagd: Bij jongens/mannen: late puberteit, door zaadballen die geen/slecht testosteron kunnen maken (bv klinefeltersyndroom), doordat de hersenen geen LH meer maken en daardoor de zaadballen niet aangestuurd worden om testosteron te gaan maken.
Verhoogd: Bij meisjes/vrouwen: bij het polycysteus ovarium syndroom (PCOS), bij adreno genitaal syndroom (AGS) of door een tumor. Bij mannen: bij testosteron injecties (anabolen gebruik in met name sportscholen) of door een tumor. Bij jongens: door een te vroege puberteit, bij adreno genitaal syndroom (AGS) of door een tumor.
Let op: tijdens de zwangerschap/tijdens pilgebruik gaan de bindende eiwitten stijgen en zal het totaal testosteron ook verhoogd kunnen zijn. Daarom zal de arts een "vrij"- testosteron test aanvragen waarbij uitsluitend het vrije (niet aan SHBG of albumine gebonden) testosteron wordt bepaald. De hoeveelheid vrij testosteron kan ook berekend worden met behulp van de uitslagen van het totale testosteron, SHBG en albumine. Het vrije testosteron is actief.
SHBG (zegt wat over testosteron)
De test meet de hoeveelheid Sex Hormone Bindend Globuline (SHBG) in bloed. SHBG is een eiwit (globuline) dat door de lever wordt geproduceerd en in staat is om testosteron en oestradiol sterk aan zich te binden. SHBG transporteert vervolgens deze hormonen in een inactieve vorm via het bloed door het lichaam. Testosteron remt de productie van SHBG terwijl oestradiol juist de productie stimuleert.
Verhoogd: Bij een verhoogde hoeveelheid SHBG is er waarschijnlijk minder testosteron vrij beschikbaar dan verwacht op basis van de totaal testosterontest.
Verlaagd: Bij een verlaagde hoeveelheid SHBG is er meer waarschijnlijk meer testosteron vrij beschikbaar dan verwacht op basis van de totaal testosterontest.
TSH-Schildklier
Verhoogd: Een verhoogde TSH, dus hoger dan 5,0 mE/L, betekent meestal dat de schildklier te weinig schildklierhormoon maakt (‘trage schildklier' oftewel hypothyreoïdie). De hypofyse krijgt meestal wel het signaal om meer TSH te maken, en dat gebeurt, maar vervolgens is de schildklier niet goed in staat om te reageren op TSH en extra schildklierhormonen aan te maken. In zeldzame gevallen komt het voor dat de hypofyse niet goed functioneert en daardoor te veel TSH maakt. Bij een patiënt die behandeld wordt met synthetisch schildklierhormoon betekent een hoge TSH dat de patiënt te weinig schildklier hormoon krijgt.
Verlaagd: Een lage TSH, dus een uitslag lager dan 0,35 mE/L, betekent meestal een overactieve schildklier (oftewel hyperthyreoïdie) of een patiënt die te veel schildklierhormoon toegediend krijgt. Zeldzaam is een afwijking van de hypofyse waarbij er te weinig TSH gemaakt wordt. Wanneer het TSH te hoog of te laag is, betekent dit dat de afgifte van schildklierhormoon niet goed is. Om daar de precieze oorzaak van te achterhalen, is verder onderzoek nodig. Een onderdeel van dit onderzoek bestaat uit het meten van de schildklierhormoon (meestal betreft dit alleen het vrije T4).
